|
Pagina 1 van 2 De Onderwijsraad roept in het adviesrapport Stand educatief Nederland 2009 op tot een grotere betrokkenheid van de samenleving bij onderwijs. Daarbij gaat het de raad met name om actieve betrokkenheid, dus niet alleen praten over, maar daadwerkelijk iets doen voor het onderwijs. De raad komt tot deze wens na een analyse van nationale en internationale gegevens en rapporten over onderwijs en onderwijsbeleid in de afgelopen vier jaar.
Aanbevelingen voor het oppakken van de maatschappelijke verantwoordelijkheid voor onderwijs:
1. Meer publiek en privaat geld nodig
2. Breng enkele passende centrale elementen tot ontwikkeling
3. Onderwijsinhoud in het centrum van de aandacht
4. Concept van Uitgebreid Onderwijs (UO) als uitgangspunt van beleid
5. Zorg voor een grotere identificatie van maatschappelijke voorhoedes met onderwijs
Nederlandse leerlingen in subtop
Vier jaar geleden maakte de raad in zijn eerste Stand van educatief Nederland de balans op van het onderwijsbeleid. De voorliggende editie richt zich op de afgelopen vier jaar. De raad beoogt hiermee niet een definitieve analyse te geven, maar de diverse gegevens die momenteel beschikbaar zijn in een breder kader te plaatsen, enkele sterke en zwakke punten aan te wijzen en aanbevelingen te doen voor toekomstig beleid.
De prestaties van Nederlandse leerlingen zijn internationaal gezien nog steeds heel behoorlijk (subtop), het aantal leerlingen met een laag niveau van leesvaardigheid is volgens PISA-onderzoek de laatste ja- ren gegroeid. Daarnaast zijn de wiskundeprestaties (van vooral meisjes) de afgelopen tien jaar gedaald. Ook de resultaten van toetsen van de taal- en rekenvaardigheden van eerstejaarsstudenten in het hoger onder- wijs zijn een reden tot zorg.
Ten opzichte van het buitenland presteren Nederlandse jongeren tot 15 jaar nog steeds goed. Op enkele ranglijsten zijn we echter wel gezakt ten opzichte van een aantal jaren geleden. Daarnaast blijkt uit verschillende onderzoeken dat Nederland het wel relatief goed doet als het gaat om de onderkant van de resultatenverdeling, maar dat prestaties van Nederlandse leerlingen aan de bovenkant van de resultatenverdeling achterblijven. Zo behaalt in Singapore 41% van de leerlingen het hoogste niveau in de exacte vakken zoals gemeten in de TIMMS, tegenover 7% van de Nederlandse leerlingen.
De afgelopen tijd is beleid ingezet om ook die bovenkant meer te stimuleren. Door beter gebruik te maken van de mogelijkheden die er zijn om leertijd in te zetten, kan zowel de onderkant als de bovenkant nog beter bediend worden.
|