Workshop op de VVVO-conferentie Diversiteit door digitale didactiek, 19 november 2009
Marjolijn Schutgens (sociaal pedagoog) en Henri Pennings (geoloog en oud-applicatiebeheerder)
Marjolijn begint de workshop door uit te leggen op welke gebieden een project als het hare gebruikt kan worden. Niet alleen is een project als dit vakoverschrijdend maar het blijkt ook grensoverschrijdend te zijn. Het kan bijvoorbeeld net zo makkelijk in Italië worden uitgevoerd als in Nederland en kan daarom rekenen op de belangstelling van de Eurocommissie voor cultuur.
In de workshop werd door Marjolijn Schutgens kort uitgelegd wat de wijze van werken is bij het interdisciplinaire IT-project. Vanuit maatschappijleer wordt gestart met een theoretische onderbouwing. De leerlingen nemen twee foto's mee die veel voor hen betekenen. De docent moedigt de leerlingen aan om te kijken wat zij nu echt op deze twee foto's zien. Wat is een objectieve observatie? Wanneer gebruiken wij eigen interpretatie om onze mening over een foto te vormen? Daarna is het voor de leerlingen zaak om te beschrijven wat zij bij de meegebrachte foto's voelen.
De twee foto's worden dan door middel van het gratis te verkrijgen programma PhotoFiltre gecombineerd tot een nieuwe foto met een nieuwe -voor de leerling belangrijke- betekenis. Dit gebeurt bij voorkeur in het ICT-uur. Hierin wordt de leerlingen uitgelegd dat zij op de resolutie van een foto moeten letten, hoe zij het object van de eerste foto in de achtergrond van de tweede foto moeten plaatsen en andere praktische zaken die zich bij het gebruik van dit programma voordoen. Henri Pennings merkte in deze lessen op dat leerlingen die zich helemaal thuis voelen in het gebruik van digitale mogelijkheden toch een eenzijdige kennis ervan hebben ontwikkeld. Zo kan het gebeuren dat leerlingen uren achter de computer doorbrengen maar dat zij van een programma als PhotoFiltre zelfs geen basiskennis bezitten.
Marjolijn benadrukt dat er tussen docenten vaak weinig samenwerking is qua lesgeven. Zij ziet vaak dat de docent en zijn of haar klas een eenheid vormen binnen de klassenmuren maar niet daarbuiten en pleit daarom voor interactie tussen docenten met betrekking tot lessen en materiaalgebruik. Peter Senge, een Amerikaanse wetenschapper op het gebied van kennismanagement, gebruikt zij hiervoor als inspiratie en dan vooral de quote "Wie ooit in een heldere organisatie heeft gewerkt en oprechte en inspirerende samenwerking heeft ervaren, blijft dit altijd nastreven".
De digitale fotocollage die in het ICT-uur is gemaakt, wordt als basis gebruikt voor een vertaling naar een dramastuk. Dit vindt bij voorkeur plaats tijdens de CKV-lessen. In deze lessen wordt er gebruik gemaakt van zelf gekozen teksten uit muziek, Nederlandse gedichten en literatuur, artikelen en zelf samengestelde teksten. Dit kan verrassende combinaties opleveren. Zo vertelt Marjolijn dat er jongeren waren die een voorstelling over terroristen hadden gemaakt. Deze terroristen lazen het gedicht op van de Nederlandse dichter Jan Campert. [..]Wij waren achttien in getal, geen zal de avond zien[..].
Marjolijn benadrukt tijdens de workshop dat de manier van leren bij een project als dit heel productief kan zijn. Zij ziet het als een andere manier van leren, bewegend leren. Dit houdt in dat de leerlingen samenwerken en in actie komen in plaats van statisch achter een tafel zitten. De werkmethode tijdens projecten als deze kent dan ook de volgende stappen: de leerlingen worden door de aard van het project gedwongen waar te nemen, hun waarnemingen te beschrijven en van deze waarnemingen een beeld te vormen. Zij worden hierin dus gedwongen te verbeelden. De maatschappelijke betrokkenheid van de leerlingen wordt daardoor vergroot.