Startpagina Verslag Workshop: Individueel produceren en toch samen leren met VAL/VLC

Statistieken

Leden : 100
Artikelen : 267
Weblinks : 62
Artikelen bekeken hits : 312087
 
Workshop: Individueel produceren en toch samen leren met VAL/VLC PDF Afdrukken E-mailadres
maandag 30 november 2009 22:23

Workshop op de VVVO-conferentie Diversiteit door digitale didactiek, 19 november 2009

Jos Baeten (directeur Citowoz en bedenker van VAL)

Jos Baeten begint met het uitleggen van de begrippen VAL (Virtual Action Learning) en VLC (Virtual Learning Community). Virtual Action Learning is een nieuwe manier van leren waarbij producten worden gemaakt voor de beroepspraktijk. Deze manier van leren vindt plaats in een Virtual Learning Community, ook wel een sociaal elektronische leeromgeving genoemd.

Aan het begin van de workshop benadrukt Jos Baeten dat VAL een hele andere manier van lesgeven behelst dan de traditionele manier. Deze manier van leren is volgens hem een 'ode aan de nieuwe vakdocent' waarbij de docent een ontwerper, moderator en assessor is. Bij VAL worden de leerlingen niet op het product beoordeeld maar op het niveau van de feedback die zij geven aan andere leerlingen. De feedback staat dus centraal.

Bij VAL begint de beoordelingsperiode bij dag 1. De vakdocent in de rol van ontwerper heeft een leerarrangement ontworpen dat gericht is op het samenlerend produceren van de leerlingen. De leerlingen maken een product dat uiteindelijk gepubliceerd kan worden in bijvoorbeeld Wikipedia of dat als Best Practice in de praktijk kan worden gebruikt. De leerlingen posten hun product in de VLC waar de overige leerlingen feedback kunnen geven op het geleverde product. Het feit dat er naar de kwaliteit van de feedback gekeken wordt door de vakdocent, zorgt ervoor dat leerlingen feedback moeten geven. Het loont dus om vaak in te loggen in de VLC omdat de eerste feedback op een product vaak het makkelijkst te geven is. Dit betekent dat de werkdruk van de leerlingen meer verspreid wordt dan bij de traditionele manier van werken waar leerlingen vaak de grootste werkdruk aan het eind van een opdracht voelen.

Zodra een leerling feedback van zijn medeleerlingen heeft gekregen gaat de leerling aan de slag met deze feedback om het product te verbeteren. Als dit product verbeterd is kan deze weer aangedragen worden voor feedback waardoor na het herhaald verkrijgen en verwerken van feedback een 'Best Practice' eindproduct wordt verkregen. De docent kan ervoor kiezen om alleen de beste drie producten van een klas te bespreken. Het is namelijk niet alleen het eindproduct waar een leerling op beoordeeld wordt maar ook de kwaliteit van de feedback en op welke manier de feedback van anderen is verwerkt in het product.

De makers van VAL benadrukken dat het leerproces binnen VAL vraagt om een andere kijk op het beoordelen van leerprestaties, het ontwerpen van educatief materiaal, het modereren van leerprocessen en het organiseren van onderwijs. De resultaten van het leren door middel van VAL zijn echter veelbelovend. De leerlingen leren actiever en gemotiveerder. Ze leren met meer diepgang (want om goede feedback te geven op een product moet er veel kennis van dit product zijn) en flexibiliteit. De makers van VAL hebben gemerkt dat docenten met meer plezier en resultaat gaan werken. Ook neemt de opleidingskwaliteit toe. Dit kan onder andere worden toegeschreven aan het feit dat een eindproduct nóg verder verbeterd wordt aan de hand van feedback, waarbij bij het traditionele leerproces een eindproduct wordt gewaardeerd en daarna wordt er ingezet op een nieuw product. Bovendien kunnen de opleidingskosten bij het gebruik van VAL dalen.

De verschillen tussen VAL en het traditionele leren kunnen als volgt worden opgesomd:

Bij VAL: geen e-mailverkeer tussen leerling en docent, geen of weinig gebruik van boeken, geen tentamens, geen herkansingen, geen correctiewerk, geen vakken, geen roosters, geen cijferregistratie, geen leestijd nodig voor leerlingproducten en geen "bagagedragergedrag" van studenten.

Wat wél bij VAL: samen leren door werkproducten te maken, een ode aan de nieuwe vakdocent, opleiders die in duo's werken, vaste groepen/lokalen/opleidingsdagen, veel laagdrempelig ICT-gebruik, de leervragen van de leerling staan centraal, er is sprake van een flexibel leerproces, leerlingen selecteren zelf hun informatie, leerlingen leren op beeldende wijze, leerlingen leren feedback te geven, te krijgen en te reflecteren, leerlingen leveren bewijsmateriaal van hun kunnen af en er is veel aandacht voor de leerprestaties van de individuele leerling.

Of, om Jos Baeten zelf te quoten: "Minder werk voor de docent en meer voor de leerling!"