Nieuwsberichten

ONDERWIJS 2032 eindrapport

imageOp donderdag 17 november presenteerden de Onderwijscoöperatie en regiegroep Onderwijs2032 hun advies over Onderwijs2032 aan staatssecretaris Sander Dekker genaamd Verdiepingsfase Onderwijs2032 en Leraren willen hoofdrol in curriculumontwikkeling.

De boodschap is duidelijk: geef leraren verantwoordelijkheid, ruimte en tijd voor curriculumvernieuwing als een continu proces. Het onderwijs houdt dan als vanzelf gelijke tred met belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen. Op deze manier ontstaat van onderop een breed gedragen curriculum vanuit een betrokken beroepsgroep.

De Onderwijscoöperatie organiseerde de afgelopen vijf maanden als representant van de beroepsgroep leraren een brede dialoog. Leraren werden uitgenodigd om via online dialogen, focusgroepen en diverse bijeenkomsten met elkaar in gesprek te gaan. Uit de brede dialoog en de aanbevelingen blijkt grote betrokkenheid van leraren. Daarbij is voor de beroepsgroep glashelder dat curriculumontwikkeling geen tijdelijk project is met een einddatum, maar een continu proces waar leraren serieus bij betrokken willen zijn. Het moet dan ook een vast onderdeel zijn van hun takenpakket en hun werktijd. Om dat te bewerkstelligen, ontbreekt het op dit moment nog aan tijd en middelen.

LINKS

MISVERSTANDEN OVER HET LERARENREGISTER

imageHet Platform VVVO houdt zich al enige jaren bezig met het Lerarenregister binnen de Onderwijscoöperatie. Nu is dit Lerarenregister meer dan een wetswijzigingen over bevoegdheid en bekwaamheid. Het beroep leraar staat erin omschreven, net als de professionele ruimte. De wet omschrijft waar een leraar over gaat.zeg maar over alles wat er in de klas gebeurt, bijvoorbeeld de inhoud van de lesstof, hoe ze die aanbieden, wat hun pedagogisch-didactische aanpak is en op welke manier ze toetsen. De wet beschermt leraren als ouders of leidinggevenden druk uitoefenen en verbetert zo de positie van leraren.
Daarnaast erkent de wet de professionele ruimte. Leraren kunnen hun beroep alleen goed uitoefenen als ze daarvoor de ruimte krijgen. Het professioneel statuut wordt verplicht met deze wet en betekent dat leraren inspraak moeten hebben op het onderwijsbeleid dat past binnen de school. Er moeten afspraken komen hoe de inspraak van leraren eruit ziet. “De discussie is niet meer of leraren wel of geen professionele ruimte hebben. Het gaat er nu om hoe die ruimte er precies uitziet. Het Lerarenregister zelf, het derde element in deze wet, is eigenlijk het sluitstuk. Leraren leggen er verantwoording mee af, laten zien dat ze hun vak bijhouden.” 

Vakbond AOb heeft bij monde van Jeroen van Andel t.o.v alle weerstand een lijstje gemaakt met de drie meest voorkomende misstanden over het Lerarenregister. Deze staan hieronder. Het betreft misstanden over het lerarentekort,  het eigenaarschap en de nascholing. Daar we de drie misverstanden door de AOb goed vinden weersproken zetten wij ze ook op een rij.

Misverstand 1: Los eerst het tekort aan leraren op
“Dit is een kip-of-ei verhaal”, zegt Van Andel. “De Raad van State noemde dit punt in april 2016 ook. Natuurlijk is het lerarentekort een urgent probleem, maar deze wet gaat over de zeggenschap en de professionele ruimte van docenten. Het is niet het één of het ander. Je vindt het toch als leraar niet prima om jaren niks aan bijscholing te doen omdat er een lerarentekort is?” Eerder zei AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen dat het lerarentekort de reden is van de gefaseerde invoering van het register. Pas in 2026 heeft het daadwerkelijk consequenties voor leraren. De AOb rekent erop dat politici en werkgevers de problemen op de arbeidsmarkt in de tussentijd aanpakken en er voor zorgen dat er voldoende bevoegde docenten zijn.

Misverstand 2: Lerarenregister is een stok om mee te slaan
“Het Lerarenregister is niet van de werkgevers, niet van de vakbonden en niet van staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs”, zegt Van Andel. Het zijn de leraren zelf die de eisen stellen. Voldoe je niet aan deze eisen dan word je automatisch uit het register gezet omdat je niet voldoet aan wat de beroepsgroep zelf heeft afgesproken. “Dit is in overleg gegaan met vijf onderwijsorganisaties die leraren vertegenwoordigen. Die hadden allemaal een stem in het onderhouden van bekwaamheid. Zij gaan over de omvang en inhoud van de scholing. Nu is 160 uur in vier jaar afgesproken.” 

Misverstand 3: Van het Lerarenregister moet je flutcursussen doen. 
“Leraren gaan zelf over de cursussen, trainingen en scholing die ze nuttig vinden om te volgen. Dat is heel breed. Volg jij een medezeggenschapsraad-training? Dan voegt dat ook iets toe aan je ontwikkeling of doe je aan peer review, dan kan dat meetellen in het register. Ik denk dat leraren heel goed een passende training kunnen kiezen die ze op dat moment nodig hebben”, zegt Van Andel. Ook hier zijn het de docenten zelf die de trainingen, cursussen en andere scholingsactiviteiten goedkeuren. Er wordt al veel aangeboden. Als het register verplicht wordt, zijn het ook de leraren die achteraf een oordeel geven over de door hen gevolgde training. Ze kunnen een negatieve recensie geven.

Brochure over het CE voor docenten met een examenklas

imageAls docent speelt u een belangrijke rol bij de voorbereiding, afname en correctie van de centrale examens in het voortgezet onderwijs. Daarom heeft het College voor Toetsen en Examens (CvTE) in de brochure Het centraal schriftelijk examen en uw rol als docent zaken die voor de uitvoering van deze taken van belang zijn op een rij gezet. Deze brochure is te downloaden op de nieuwe informatiepagina www.ikhebeenexamenklas.nl.

Op deze pagina wordt ook aangegeven waar docenten meer informatie kunnen vinden, bijvoorbeeld over normering en kandidaten met een beperking.

De brochure en de pagina ikhebeenexamenklas.nl beperken zich op dit moment tot de papieren centrale examens (vmbo, havo en vwo). Informatie over de digitale centrale examens bb en kb en centraal schriftelijke praktische examens beroepsgericht is te vinden op de vernieuwde website www.examenblad.nl. Daar vindt u ook alle centrale examens en syllabi van voorgaande jaren. 

Onderwijscoöperatie en BON beëindigen samenwerking

imageVerschil van inzicht in hoe de agenda van de beroepsgroep uitgewerkt moet worden heeft ertoe geleid dat de samenwerking tussen BON en de Onderwijscoöperatie is beëindigd. De Onderwijscoöperatie gaat verder met een bestuur waarin vier partijen vertegenwoordigd zijn: AOb, CNV Onderwijs FvOv en Platform VVVO.

BON was in 2012 een van de vijf organisaties die de Onderwijscoöperatie hebben opgericht. Het bestuur van de Onderwijscoöperatie constateert dat de afgelopen jaren succesvol en met volledige eenheid van bestuur is samengewerkt aan een sterkere positie van de beroepsgroep. De afgelopen vier jaar heeft de Onderwijscoöperatie, inclusief BON, grote successen geboekt zoals de deze maand door de Tweede Kamer aangenomen wetswijziging die leraren de zeggenschap geeft over hun eigen professionalisering en het lerarenregister. Ook was BON betrokken bij andere mooie resultaten zoals de oprichting van het LerarenOntwikkelFonds dat leraren in staat stelt hun eigen initiatieven voor beter onderwijs te ontwikkelen, het video platform Leraar24 voor kennisuitwisseling tussen leraren, het jaarlijkse Lerarencongres en de Verkiezing Leraar van het Jaar. Nu BON geen deel meer uitmaakt van de Onderwijscoöperatie nemen de vier bestuurspartijen de verantwoordelijkheid voor de verdere uitwerking van de agenda van de beroepsgroep en alle afspraken die in dat kader zijn gemaakt.

Speciale Platform VVVO-bijeenkomst voor raadpleging vakverenigingen over Onderwijs 2032

Woensdag 28 september heeft het Platform VVVO een bijeenkomst gehouden, waarop aangesloten vakverenigingen hun mening konden uiten ten aanzien van het eindrapport van de commissie Schnabel. Na een korte inleiding over bedoeling en werkwijze door OC-werkgroeplid Aad van der Drift, konden vertegenwoordigers van de aanwezige verenigingen een pitch houden die in verkorte vorm zicht geeft op hun eigen standpunt.
De pitches en discussies vonden in eerste instantie plaats op basis van twee vragen, in gezamenlijkheid geformuleerd door de lidorganisaties van de Onderwijscoöperatie.
Vraag 1: geeft het advies van Schnabel de juiste richting voor een nieuw curriculum? en
vraag 2: hoe kan en wil de beroepsgroep invulling geven aan een nieuw curriculum?

In de pitches werden helder voors en tegens ten aanzien van de twee vragen geformuleerd en we kunnen constateren dat een tendens in positieve richting waarneembaar was.
Een notulante maakte verslag van de pitches en commentaren ten aanzien van richting en invulling van het advies. Begin november wordt de algemene uitslag (ja of nee voor de plannen) aan de staatssecretaris overhandigd.

Hebben centrale toetsing en examinering uw interesse?

Het CvTe heeft de volgende vacatures:

Vacatures Collegeleden
Binnen het College ontstaan er met ingang van 1 december 2016 vacatures voor:
– een plaatsvervangend lid uit de sector wetenschappelijk onderwijs (wo)
– een plaatsvervangend lid uit de sector middelbaar beroepsonderwijs (mbo)
– twee leden met onderwijsbestuurlijke ervaring, bijvoorbeeld in een personeelsorganisatie of bij de Onderwijscoöperatie, te weten:

– een docent-lid
– een plaatsvervangend docent-lid

Vacature Voorzitter vaststellingscomissie Engels B2 mbo met ingang van 1 november 2016.
Meer weten of solliciteren? Kijk op www.hetcvte.nl/vacatures

NRO-verbindingsprijzen

Graag attenderen we u erop dat het tot 30 juni 2016 mogelijk is om mee te dingen naar de NRO-verbindingsprijzen, die op 2 november 2016 tijdens het NRO-congres uitgereikt worden. Het gaat om de de NRO-onderwijsprijs (voor onderwijsprofessionals) en de NRO-VOR-praktijkprijs (voor onderzoekers), die elk 2000 euro bedragen. De NRO-onderwijsprijs wordt dit jaar voor het eerst uitgereikt.

  • Leraren en andere onderwijsprofessionals, die op effectieve wijze binnen de school gebruik maken van inzichten uit wetenschappelijk onderzoek, komen in aanmerking voor de NRO-onderwijsprijs.
  • De NRO-VOR-praktijkprijs wordt uitgereikt aan een Nederlandse onderzoeker wiens onderzoek op doeltreffende wijze is vertaald naar een product of activiteit voor de onderwijspraktijk of het onderwijsbeleid. Het onderzoek draagt zo bij aan de vernieuwing en verbetering van het onderwijs.

Bekijk www.nro.nl/prijs voor meer informatie.

De NRO-verbindingsprijzen zijn een initiatief van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek in samenwerking met de Vereniging voor Onderwijs Research, de PO-raad en de VO-raad. Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) werkt aan verbetering en vernieuwing van het onderwijs. Dat doet het NRO door onderwijsonderzoek te coördineren en te financieren, en door de verbinding tussen praktijk en onderzoek te verbeteren.

Met vriendelijke groet,
namens het organisatieteam van de NRO-verbindingsprijzen

Nieuwsbrief

Binnenkort zal het Platform een nieuwsbrief sturen naar de leden. Daarvoor is het wel noodzakelijk dat u zich zelf aanmeldt.
In de Nieuwsbrieven zullen actief nieuwsberichten van het Platform worden verspreid.
AANMELDEN

Vacature: Leraar-onderzoekers LerarenOntwikkelFonds (LOF)

Het LerarenOntwikkelFonds (LOF) is een fonds waar leraren uit het PO, VO en (V) SO met een goed idee voor onderwijsontwikkeling een beroep op kunnen doen, zodat ze dit idee verder kunnen uitwerken en in praktijk kunnen brengen. Dit is vaak geen gemakkelijk traject: “Hoe krijg ik mijn collega’s of mijn leidinggevende mee,  hoe communiceer ik mijn boodschap en hoe kan ik de verandering duurzaam inbedden?”.

Het LOF wordt geheel met leraren ingericht en uitgevoerd. De aanvragen worden beoordeeld door leraren, de coaching van toegekende projecten wordt door leraren verzorgd en in het organiserende projectteam werken leraren. Vanuit die overweging ligt het voor de hand om ook bij de uitvoering van flankerend onderzoek consistent te blijven met de doelstellingen van het LOF. Dat wil zeggen dat ook leraren zelf de belangrijkste actoren zijn bij het flankerend onderzoek.

De Onderwijscoöperatie wil daarom een onderzoeksteam van leraren samenstellen, dat in samenwerking met een onderzoeker en een procesbegeleider het flankerend onderzoek naar de effecten van het LOF opstelt en uitvoert. Centraal staat de vraag: ”Wat is de meerwaarde van het LOF voor leraren en welke factoren in de LOF-structuur en in de school zijn daarin stimulerend en/of belemmerend?”

Geïnteresseerd??? Alle verdere informatie over deze aantrekkelijke vacature kunt u inwinnen bij uw verbindingsofficier. Dat is voor het Platform VVVO Koos Nederhoed. Mail: nederhoed@online.nl De sollicitatie moet binnen zijn voor 16 mei 2016.

Onderwijs2032

Sinds het debat over het ontwerpproces van Onderwijs2032 in de Tweede Kamer vorige week woensdag zijn er diverse, soms tendentieuze berichten in de media verschenen over Onderwijs2032 en de rol van de Onderwijscoöperatie daarbij.

De vijf lid organisaties van de Onderwijscoöperatie hebben dinsdag 15 maart besloten gezamenlijk een brief op te stellen, gericht aan de staatssecretaris OCW. Kort samengevat komt ons besluit op het volgende neer (genoemd in alinea 2 van de brief): het bestuur van de Onderwijscoöperatie bepleit op basis van voortschrijdend inzicht en gezamenlijk overleg een tussenfase in het proces Onderwijs2032. We komen tot deze afweging omdat we hechten aan een breed draagvlak onder en een sterke rol voor leraren bij de ontwikkeling van het curriculum.

De desbetreffende brief treft u hierbij aan.